Biljarten, toen en nu!
Biljartclubs waren meestal gehuisvest in café’s of hotels waar meerdere biljarts stonden. Men speelde in tenue bestaande uit een zwarte broek, een donkere trui of vest met daaronder een wit overhemd met stropdas of strik. Behalve het getik van de ivoren ballen en de rustige stem van de arbiter was er nauwelijks iets te horen. De speler aan de kant rookte een sigaar of sigaret. Onder de lampen van het biljart hing een mysterieuze rooklaag. Gezond zal het niet geweest zijn, maar het gaf wel een bepaalde sfeer.
Wedstrijden werden gespeeld mét toeschouwers op de tribune. Het publiek zag er, net als de biljarters en arbiters, keurig uit. Met bewondering werden de kunsten van de matadors aanschouwd. Als de laatste carambole gemaakt was, volgde een luid applaus. Maar tot dat moment bleef het stil. Muisstil.
Hier een paar leuke video’s van biljarten in vervlogen tijden:
- https://www.youtube.com/watch?v=83sO515kOJw
- https://www.youtube.com/watch?v=z1g1pBpCwoo
- https://www.youtube.com/watch?v=GzzPNFzV0Gk
Mijn eigen biljartavontuur begon in 1988 bij Onder Ons in Castricum. De tijd leek stilgestaan te hebben sinds de tijd van bovenstaande video’s. De biljartzaal stond blauw van de rook. Het was druk: 27 leden op 4 tafels. Iedereen in tenue. Zwarte broek, wit overhemd, blauwe trui en strik, zwarte sokken en nette zwarte schoenen. Verscheen je, om wat voor reden dan ook, niet in volledig tenue? Dan speelde je die avond niet. Overdreven? Misschien, maar het had wél wat.
Naast de strikte kledingvoorschriften was de etiquette ook heel belangrijk. Als je gemist had, zei de arbiter: “Noteren, 12 voor de heer Marcker, 12!” Nooit de voornaam! “12 noteren voor…” of andere variaties waren uit den boze. Als je gemist had, ging je zitten. Een knappe bal van de tegenstander kon je belonen met het knippen van de vingers of met drie tikjes van je krijtje tegen de keu. Voor de rest hield je je mond. Alles was formeel en ging volgens de regels. Onder Ons heeft het strikte beleid relatief lang volgehouden. Inmiddels speelden de meeste verenigingen op de clubavonden al in vrijetijdskleding. Bij wedstrijden werd nog wel in voorgeschreven tenue gespeeld.
Het is 2025. Inmiddels biljart ik al 37 jaar. Van de etiquette zoals hierboven beschreven is niet veel meer over. Kledingvoorschriften zijn er niet. Correct arbitreren kunnen alleen nog de mensen die het vroeger goed hebben geleerd of de arbiterscursus hebben gevolgd. Het tellen van kader, laat staan ankerkader, wagen de meesten zich niet eens meer aan. Als er al een ‘arbiter’ aan de tafel staat, dan annonceert hij of zij: “Tien voor Gertje” of “Een poedel voor Cor.” Ook is het niet meer stil. De ‘oeh’s en aah’s’ vliegen door de ruimte. Er wordt met de keu op de grond gestampt en volop met elkaar gepraat.
Ook bij officiële wedstrijden zijn de teugels veel losser. Je verschijnt nog weliswaar in tenue, maar dat begrip is behoorlijk verruimd. Spijkerbroek, sportschoenen, polo’s: het kan allemaal. Sommige wedstrijden worden al zonder arbiter en alleen met een schrijver gespeeld. Mijn eigen team, het Targa Team, speelt ook in een ‘modernere’ outfit. Een polo met lange mouwen, zwarte broek en daaronder witte gympen. Maar wel iedereen hetzelfde.
Tijden veranderen. Ik zal niet ontkennen dat ik wel eens terugdenk aan de jaren, dat alles nog zo strak en sjiek was. Die tijd komt niet meer terug, dat is ook prima. Maar een klein beetje meer ‘cachet’, daar verlang ik soms stiekem wel naar.
Nederlands’ beste biljarter, Dick Jaspers, was al aan de top toen ik begon met biljarten. Hij heeft de evolutie in de biljartsport als geen ander meegemaakt. Hier een korte impressie van hoe het er tegenwoordig aan toe gaat: